De BBC-regelgeving is niet alleen van toepassing op de kernbesturen (gemeenten, OCMW’s) maar ook op hun publiekrechtelijk verzelfstandigde entiteiten. Toch zijn bepaalde elementen van de BBC-regelgeving niet, of minder, op hen van toepassing. Hieronder valt ondermeer:
Bij gemeenteraadsbeslissing van 26 juni 2008 werden de oprichting en de statuten van het autonoom gemeentebedrijf Bocholt, afgekort AGB Bocholt, goedgekeurd. Op 9 oktober 2008 kwam de goedkeuring van deze gemeenteraadsbeslissing door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering.
Bij besluit van de raad van bestuur en van de gemeenteraad van 25 maart 2021 werd overgegaan tot goedkeuring van de recentste wijziging van de statuten van AGB Bocholt. In de zittingen van 19 december 2019 werden de recentste versies van de algemene en bijzondere beheersovereenkomsten goedgekeurd.
AGB Bocholt ageert binnen de krijtlijnen van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 231 tem 244 die handelen over het autonoom gemeentebedrijf.
De huidige BBC-regelgeving staat in:
De omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 brengt de essentiële punten voor de opmaak van de meerjarenplannen 2020-2025 onder de aandacht. De omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 behandelt de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025.
Aanpassing 2 van het meerjarenplan 2020-2025 van AGB Bocholt zoals gehecht aan dit besluit, omvattende zowel de aanpassing van de kredieten van het lopende jaar alsook de vaststelling van de kredieten van het volgende jaar, wordt goedgekeurd.
De BBC-regelgeving bepaalt dat een bestuur (gemeente en OCMW) financieel in evenwicht is als het meerjarenplan, of de aanpassing ervan, voldoet aan twee normen:
Voorgelegde aanpassing van het meerjarenplan van gemeente en OCMW voldoet aan deze vereisten.
De huidige BBC-regelgeving staat in:
De omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 brengt de essentiële punten voor de opmaak van de meerjarenplannen 2020-2025 onder de aandacht. De omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 behandelt de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025.
De vaststelling van het meerjarenplan alsook de aanpassing er aan behoort tot de voorbehouden bevoegdheid van de raad (decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 3° en artikel 78, 4°).
De gemeenten en OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan of de aanpassing er aan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld. Anders gezegd:
Het gemeentelijk deel van aanpassing 2 van het meerjarenplan 2020-2025 van gemeente/OCMW Bocholt zoals gehecht aan dit besluit, omvattende zowel de aanpassing van de kredieten van het lopende jaar alsook de vaststelling van de kredieten van het volgende jaar, wordt vastgesteld.
De BBC-regelgeving bepaalt dat een bestuur (gemeente en OCMW) financieel in evenwicht is als het meerjarenplan, of de aanpassing ervan, voldoet aan twee normen:
Voorgelegde aanpassing van het meerjarenplan van gemeente en OCMW voldoet aan deze vereisten.
De huidige BBC-regelgeving staat in:
De omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 brengt de essentiële punten voor de opmaak van de meerjarenplannen 2020-2025 onder de aandacht. De omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 behandelt de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025.
De vaststelling van het meerjarenplan alsook de aanpassing er aan behoort tot de voorbehouden bevoegdheid van de raad (decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 3° en artikel 78, 4°).
De gemeenten en OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan of de aanpassing er aan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld. Anders gezegd:
Het OCMW-deel van aanpassing 2 van het meerjarenplan 2020-2025 van gemeente/OCMW Bocholt zoals gehecht aan dit besluit, omvattende zowel de aanpassing van de kredieten van het lopende jaar alsook de vaststelling van de kredieten van het volgende jaar, wordt goedgekeurd waardoor aanpassing 2 van het meerjarenplan gemeente/OCMW Bocholt definitief is vastgesteld.
De gemeenten kunnen enkel een coronatoelage aan hun AGB toekennen voor het coronaverlies van de eerste 3 kwartalen van 2021. Hierdoor was het noodzakelijk dat een zo correct mogelijke tussentijdse toestand op 30 september 2021 werd opgemaakt; een tussentijdse afsluiting als het ware. De betrokken diensten werden daardoor gevraagd hun klanten te factureren per 30 september 2021. Relevante kosten en opbrengsten werden zo correct mogelijk aan de juiste periode toegewezen.
De aldus berekende subsidie heeft slechts beperkte budgettaire gevolgen voor de gemeente aangezien het niet-benutte krediet van de prijssubsidie hiervoor kan worden aangewend. Er kan dus verschoven worden van MJP000986/0749/6495000 “prijssubsidie AGB” naar MJP001361/0749/6490010 “werkingstoelage AGB”.
Artikel 41, 23° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort.
Circulaire 2021/C/57 van 11 juni 2021 stelt dat het resultaat van boekjaar 2021 enkel vanaf 1 oktober zal worden beoordeeld in de context van een winstoogmerk van een autonoom gemeentebedrijf (AGB).
Verder is van toepassing de Wet van 2 april 2021 houdende de tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie alsook artikel 193 WIB.
Aan AGB Bocholt wordt, ter compensatie van het coronaverlies van de eerste 3 kwartalen van 2021, een nominatieve exploitatietoelage van € 308.106,20 toegekend.
Het budget voor deze toelage kan op een budgetneutrale manier vrijgemaakt worden via interne kredietverschuiving vanaf het budget van de “prijssubsidie AGB” (MJP000986/0749/6495000) naar het budget “werkingstoelage AGB” (MJP001361/0749/6490010).
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de verdere afhandeling en uitbetaling.
Vertrekkende van de beschikbare informatie betreffende inkomsten en uitgaven, werd een raming van de prijssubsidiefactor voor 2022 uitgevoerd. Het blijkt dat, op basis daarvan, een factor van 28,76 bekomen wordt.
Bij gemeenteraadsbeslissing van 26 juni 2008 werden de oprichting en de statuten van het autonoom gemeentebedrijf Bocholt, afgekort AGB Bocholt, goedgekeurd. Op 9 oktober 2008 kwam de goedkeuring van deze gemeenteraadsbeslissing door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering.
Bij besluit van de raad van bestuur en van de gemeenteraad van 25 maart 2021 werd overgegaan tot goedkeuring van de recentste wijziging van de statuten van AGB Bocholt. In de zittingen van 19 december 2019 werden de recentste versies van de algemene en bijzondere beheersovereenkomsten goedgekeurd.
Overeenkomstig artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 stelt de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vast.
AGB Bocholt ageert binnen de krijtlijnen van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 231 tem 244 die handelen over het autonoom gemeentebedrijf.
Het reglement “Prijssubsidies toegangs- en inschrijvingsgelden AGB Bocholt” wordt vanaf 1 januari 2022 als volgt vastgesteld:
REGLEMENT “Prijssubsidies toegangs- en inschrijvingsgelden AGB Bocholt”
Art. 1: Prijssubsidie
Er wordt een systeem van prijssubsidies ingevoerd om de economisch rendabele bedrijfsvoering van het autonoom gemeenbedrijf Bocholt te garanderen voor het jaar 2022.
Art. 2: Bedrag prijssubsidie
De waarde van de prijssubsidie toegekend door de gemeente Bocholt voor recht op toegang tot de sportinfrastructuur is de prijs (inclusief 6% btw) die de bezoeker voor recht op toegang betaalt, vanaf 1 januari 2022 vermenigvuldigd met een factor 28,76 (ten opzichte van 25,93 voorheen). Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de prijssubsidie € 287,60 inclusief btw bedraagt indien de prijs die de bezoeker betaalt € 10,00 inclusief btw bedraagt. De totale opbrengst voor het AGB bedraagt dan € 297,60 inclusief btw.
Art. 3: Aanpassing prijssubsidie
De gesubsidieerde toegangsgelden (inclusief 6% btw) kunnen steeds gerevalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het autonoom gemeentebedrijf Bocholt. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal het autonoom gemeentebedrijf Bocholt deze steeds documenteren.
Art. 4: Werkwijze
Het autonoom gemeentebedrijf Bocholt moet op de 5de werkdag van elke kwartaal de gemeente Bocholt een overzicht bezorgen van het aantal gebruikers waaraan recht op toegang tot de sportinfrastructuur is verleend tijdens het voorbije kwartaal. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren door middel van een debetnota die het autonoom gemeentebedrijf Bocholt uitreikt aan de gemeente Bocholt. De gemeente Bocholt dient deze debetnota te betalen aan het autonoom gemeentebedrijf Bocholt binnen de maand na ontvangst.
Het reglement betreffende de goedkeuring van de prijssubsidie met een factor 25,93 van 17 december 2020 wordt opgeheven per 1 januari 2022.
Het AGB maakte, op basis van de beschikbare informatie, een inschatting van haar geplande investeringen voor 2022. Hieruit blijkt dat voor 2022 voor een bedrag van € 84.000,00 aan investeringen wordt voorzien.
De liquiditeitspositie van het AGB laat geen integrale en onmiddellijke financiering van deze investeringsuitgaven toe, zodat het aangewezen is dat de gemeente ter financiering een lening toestaat aan het AGB.
Bij gemeenteraadsbeslissing van 26 juni 2008 werden de oprichting en de statuten van het autonoom gemeentebedrijf Bocholt, afgekort AGB Bocholt, goedgekeurd. Op 9 oktober 2008 kwam de goedkeuring van deze gemeenteraadsbeslissing door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering.
Bij besluit van de raad van bestuur en van de gemeenteraad van 25 maart 2021 werd overgegaan tot goedkeuring van de recentste wijziging van de statuten van AGB Bocholt. In de zittingen van 19 december 2019 werden de recentste versies van de algemene en bijzondere beheersovereenkomsten goedgekeurd.
Overeenkomstig artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 stelt de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vast.
AGB Bocholt ageert binnen de krijtlijnen van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 231 tem 244 die handelen over het autonoom gemeentebedrijf.
Bij beslissing nr. 2010.047 van 30 maart 2010 bevestigt FOD Financiën dat het renteloze karakter van een lening die wordt verstrekt door een gemeente aan een AGB niet wordt aangemerkt als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel in hoofde van het AGB.
De volgende leningsovereenkomst wordt goedgekeurd:
LENINGSOVEREENKOMST TRANSACTIEKREDIETEN INVESTERINGSPORTEFEUILLE 2022
Tussen:
De GEMEENTE BOCHOLT, met zetel te 3950 Bocholt, Dorpsstraat 16, hier vertegenwoordigd door:
hierna genoemd ‘uitlener’, enerzijds en
Het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF BOCHOLT, afgekort “AGB Bocholt”, met zetel te 3950 Bocholt, Dorpsstraat 16 en ondernemingsnummer 0807.465.513, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur, zijnde de heer Jan Verjans,
hierna genoemd ‘lener’, anderzijds,
hierna samen genoemd ‘de partijen’
wordt een leningsovereenkomst gesloten met volgende voorwaarden:
Art. 1 – Voorwerp
De uitlener verleent een lening aan de lener, die de lening aanvaardt, gelijk aan de hoofdsom, met de duurtijd en volgens de regeling en de voorwaarden, zoals die hierna worden bepaald.
Art. 2 – Hoofdsom
De lener erkent aan de uitlener de som van € 84.000,00 verschuldigd te zijn. Dit bedrag wordt evenwel aangepast aan het effectief opgenomen bedrag.
Art. 3 – Doel van de lening
De lening zal uitsluitend worden aangewend voor de financiering van de transactiekredieten van de investeringen 2022.
Het bedrag van de lening wordt aan de lener ter beschikking gesteld door opnamen via de rekening-courant tussen de uitlener en de lener.
Elke aanwending van het ontleende bedrag in strijd met deze overeenkomst heeft van rechtswege de onmiddellijke opeisbaarheid van het openstaande bedrag voor gevolg.
Art. 4 – Duurtijd
Deze lening is toegestaan voor een termijn van 10 jaar.
Tussen partijen is uitdrukkelijk overeengekomen dat al de bepalingen van de huidige overeenkomst na de vervaltijd van toepassing zullen blijven ingeval de terugbetaling, om het even welke reden, niet op de vastgestelde datum zou geschieden, en dit zonder alsdan afbreuk te doen aan de eisbaarheid.
Art. 5 - Vaststelling renteloosheid
Er is door de lener geen enkele rente verschuldigd gedurende de volledige periode dat de lening loopt.
Art. 6 – Terugbetaling
De lener verbindt zich er toe om het ontleende bedrag als volgt terug te betalen (simulatie rekening houdende met een ingebruikname van het actief per 30/06/2022):
Hoofdsom: € 84.000,00
Rentevoet: 0,00%
jaarnummer | vervaldag | aflossing | intrest | kapitaal | Uitstaand saldo |
1 | 31/12/2022 | 4.234,52 | 0,00 | 4.234,52 | 79.765,48 |
2 | 31/12/2023 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 71.365,48 |
3 | 31/12/2024 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 62.965,48 |
4 | 31/12/2025 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 54.565,48 |
5 | 31/12/2026 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 46.165,48 |
6 | 31/12/2027 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 37.765,48 |
7 | 31/12/2028 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 29.365,48 |
8 | 31/12/2029 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 20.965,48 |
9 | 31/12/2030 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 12.565,48 |
10 | 31/12/2031 | 8.400,00 | 0,00 | 8.400,00 | 4.165,48 |
11 | 31/12/2032 | 4.165,48 | 0,00 | 4.165,48 | 0,00 |
Afhankelijk van het bedrag dat effectief door de lener wordt opgenomen en afhankelijk van het tijdstip van ingebruikname van het actief, wordt de definitieve aflossingstabel opgesteld. De eerste vervaldag is 31 december van het jaar van ingebruikname van het actief.
De terugbetaling gebeurt in eerste instantie door middel van schuldvergelijking met de prijssubsidies die door de uitlener aan de lener verschuldigd zijn. De lener machtigt de uitlener om het passende bedrag op de prijssubsidies in te houden en te boeken als schuld aan de lener. Deze inhoudingen worden gelijk gespreid over de vier kwartalen (behoudens akkoord van het directiecomité met een afwijking op de gelijke spreiding over de kwartalen).
Indien de prijssubsidies, die door de uitlener aan de lener worden toegekend, niet volstaan om de terugbetalingen te voldoen, is het saldo op de vervaldag betaalbaar op rekening BE92 0910 0046 5023 van de uitlener.
Art. 7 - Boete bij te late terugbetaling
Over te laat terugbetaalde bedragen is door de lener bij wijze van boete rente verschuldigd tegen het op dat ogenblik geldende Euribor rentepercentage (minimaal 0,00%), verhoogd met 100 basispunten, en zulks ten belope van het aantal maanden laattijdigheid waarbij iedere begonnen maand als een volledige maand zal worden aangerekend. De uitlener is bevoegd onmiddellijke betaling daarvan te verlangen.
Ingeval van niet betaling binnen de vijftien (15) dagen na aanmaning bij ter post aangetekende brief wordt het volledige bedrag van de lening onmiddellijk opeisbaar en zal het gehele nog verschuldigde bedrag vermeerderd worden met de rente zoals in vorige alinea berekend.
Art. 8 – Opeisbaarheid
Alle uit hoofde van de lening verschuldigde bedragen kunnen met onmiddellijke ingang worden opgeëist, en de lening geldt bij opeising als opgezegd indien:
Bij niet-naleving door de lener van haar verplichting(en) heeft de uitlener het recht onverminderd alle persoonlijk vorderingen en dwangmaatregelen in het algemeen verhaal uit te oefenen op al de goederen van de lener zowel roerende als onroerende. Alle kosten van beslag, inbegrepen van bewarend beslag, zijn ten laste van de lener.
Art. 9 - Wijzigingen
Deze leningsovereenkomst bevat de integrale overeenkomst tussen de uitlener en de lener en vervangt alle andere mondelinge of schriftelijke overeenkomsten tussen de partijen. Deze overeenkomst kan enkel schriftelijk en via uitdrukkelijk akkoord tussen de partijen worden gewijzigd.
Art. 10 - Niet-overdraagbaarheid
Behoudens in gevallen, vermeld in onderhavige overeenkomst, kan deze overeenkomst, noch enige rechten daarin, geheel of gedeeltelijk worden overgedragen aan derde partijen.
Art. 11 - Toepasselijk recht
Deze leningsovereenkomst renteloze lening is onderworpen aan het Belgisch recht. Enkel de hoven en rechtbanken van de woonplaats van de uitlener zijn bevoegd.
Art. 12 – Splitsbaarheid
De nietigheid van één der artikelen van deze overeenkomst of een deel daarvan, tast de geldigheid van de overige bepalingen van deze overeenkomst niet aan, noch van de overeenkomst in haar geheel. Hun afdwingbaarheid blijft onverminderd tot wat wettelijk toegelaten is.
Ingeval van ongeldigheid of onafdwingbaarheid van enige bepaling van de overeenkomst zullen partijen te goeder trouw onderhandelen teneinde deze te vervangen door een bepaling die zoveel mogelijk hetzelfde effect teweegbrengt als de ongeldige of onafdwingbare bepaling.
Evenzo zullen partijen te goeder trouw onderhandelen teneinde een voor iedere partij aanvaardbare oplossing te vinden indien zich een situatie voordoet, die niet voorzien is in de overeenkomst.
Om een vlotte uitbetaling van subsidies, die niet vallen onder een reglement, mogelijk te maken, is het wenselijk dat de gemeenteraad voorafgaandelijk een lijst van nominatieve subsidies goedkeurt en vervolgens het college van burgemeester en schepenen belast met de uitvoering ervan. Desgevallend wordt deze lijst in de loop van het jaar geactualiseerd.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 23°, voorziet dat de gemeenteraad subsidies nominatief kan toekennen. Artikel 56 §3 bepaalt de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Daarnaast is van toepassing het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus, het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 over de beleids- en beheerscyclus en de omzendbrieven KB/ABB 2019/4 en KBBJ/ABB 2020/3 betreffende de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van lokale en provinciale besturen en de aanpassingen daaraan.
De gemeenteraad keurt de lijst met nominatief toe te kennen subsidies voor 2022 goed zoals gehecht aan dit besluit en belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering ervan.
De politiezone zal in de periode 2020-2025 enerzijds geconfronteerd worden met een aantal tendensen (index en sectoraal akkoord), anderzijds voorziet zij in een aantal initiatieven om haar servicelevel te kunnen garanderen in de toekomst. De kostprijs van de parapolitionele werking voor de zone CARMA wordt geïntegreerd in de dotatieverhoging.
Volgens het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41, 23° is de gemeenteraad bevoegd voor het toekennen van nominatieve subsidies.
In het bijzonder dient rekening gehouden te worden met volgende specifieke wetgevingen:
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 25 november 2021 betreffende de gemeentelijke dotatie aan Politiezone CARMA voor 2022 zoals gehecht aan dit besluit, wordt bekrachtigd.
De hulpverleningszone heeft voorafgaandelijk haar budget uitgebreid toegelicht enerzijds aan de financieel directeurs (7 oktober 2021), anderzijds aan mandatarissen en algemeen directeurs (11 oktober 2021).
Volgens het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41, 23° is de gemeenteraad bevoegd voor het toekennen van nominatieve subsidies.
In zitting van 29 oktober 2021 gaf de zoneraad van Hulpverleningszone Noord-Limburg goedkeuring aan de begroting 2022 alsook aan de actualisatie van het meerjarenplan 2021-2025.
In het bijzonder dient rekening gehouden te worden met volgende specifieke wetgevingen:
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 25 november 2021 betreffende de gemeentelijke dotatie aan de hulpverleningszone Noord-Limburg voor 2022 zoals gehecht aan dit besluit, wordt bekrachtigd.
In zitting van de gemeenteraad van 23 oktober 2014 heeft de gemeente Bocholt haar goedkeuring gegeven aan het Parochiekerkenplan 2014-2019 betreffende de toekomstvisie van de 4 parochiekerken op het grondgebied van de gemeente Bocholt. Dit plan vindt zijn oorsprong in de conceptnota van minister Bourgeois ‘Een Toekomst voor de Vlaamse Parochiekerk’ van 24 juni 2011 en kreeg een decretale grond omdat het opgenomen is als voorwaarde voor het verkrijgen van subsidies op basis van het Onroerenderfgoeddecreet. Sinds 1 januari 2017 is de definitie van het kerkenbeleidsplan (parochiekerkenplan) ingeschreven in voormeld decreet. Dit betekent dat alle kerkenbeleidsplannen die als voorwaarden gelden binnen het Onroerenderfgoeddecreet moeten voldoen aan de definitie. In het bijzonder moet invulling gegeven worden aan alle elementen van de definitie en dient er een fiche opgemaakt te worden per kerk waarin volgende punten worden beschreven: identificatie, culturele waarde, architecturale mogelijkheden, bouwfysische toestand, situering van het gebouw, beschrijving van het actueel gebruik.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om bijgevolg het addendum goed te keuren aan het reeds goedgekeurde parochiekerkenplan 2014-2019 om tegemoet te komen aan de voorwaarden van de nieuwe definitie.
Decreet over de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 7 mei 2004;
De ministeriële nota ‘Een Toekomst voor de Vlaamse Parochiekerk’ van minister Bourgeois van 24 juni 2011;
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012 (het 'eredienstendecreet');
Onroerend Erfgoeddecreet van 12 juli 2013 houdende de toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, in het bijzonder artikel 8, en het uitvoeringsbesluit van 16 mei 2014, in het bijzonder artikel 11.2.11, en alle latere wijzigingen, die stipuleren aan welke vormvereisten een kerkenbeleidsplan dient te voldoen;
De inspiratienota 'Kerkenbeleidsplannen' van het Agentschap Onroerend Erfgoed van 17 januari 2017;
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 40 en 41 inzake de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De goedkeuring van het parochiekerkenplan 2014-2018 door het Bisdom Hasselt van 19 november 2013;
De goedkeuring van het parochiekerkenplan 2014-2018 door de gemeenteraad in zitting van 23 oktober 2014;
Het voorliggend 'Addendum aan het Kerkenbeleidsplan Bocholt' met conclusies per kerk;
De goedkeuring van het voorliggend 'Addendum aan het Kerkenbeleidsplan Bocholt' door het Bisdom Hasselt van 3 november 2021.
Het 'Addendum aan het kerkenbeleidsplan Bocholt', zoals gehecht aan dit besluit, wordt goedgekeurd.
In de aanpassing van de strategische nota wordt omstandig toegelicht waarom tot een meerjarenplanaanpassing dient te worden overgegaan.
De penningmeester benadrukt in diezelfde nota dat, door het gunstig resultaat van de rekeninginbreng van de afgelopen jaren, de exploitatietoelage vanwege de gemeente beperkt zal kunnen worden tot € 34.146,21 in plaats van de voorziene € 43.008,34 in het aanvankelijke meerjarenplan.
Het Bisdom gaf op 25 oktober 2021 “gunstig advies met opmerking”.
De gemeenteraad is bevoegd. Artikel 41, tweede lid, 9° bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor die beslissingen die een wet, decreet of uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk voorbehoudt aan de gemeenteraad.
Artikel 43 van het decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 7 mei 2004, dat werd gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012, bepaalt:
De gemeenteraad van 24 oktober 2019 keurde de meerjarenplannen 2020-2025 van de kerkfabrieken goed.
De voorliggende meerjarenplanaanpassing van kerkfabriek Monulfus en Gondulfus Kaulille zoals gehecht aan dit besluit, wordt goedgekeurd.
De budgetwijziging 2021 van kerkfabriek Monulfus en Gondulfus Kaulille past binnen de goedgekeurde meerjarenplanaanpassing waardoor de gemeenteraad hier enkel akte van dient te nemen.
Het Bisdom gaf op 29 september 2021 “gunstig advies met opmerking”.
De gemeenteraad is bevoegd. Artikel 41, tweede lid, 9° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor die beslissingen die een wet, decreet of uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk voorbehoudt aan de gemeenteraad.
Artikels 48, 49 en 50 van het decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 7 mei 2004, dat werd gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012, bepalen dat als de ingediende budgetwijziging van een kerkfabriek past in het goedgekeurde meerjarenplan de gemeenteraad hier akte van dient te nemen.
De gemeenteraad van 24 oktober 2019 keurde de originele meerjarenplannen 2020-2025 van de kerkfabrieken goed. De gemeenteraad keurde in zitting van heden de meerjarenplanaanpassing van kerkfabriek Monulfus en Gondulfus Kaulille goed.
De raad neemt akte van de budgetwijziging 2021 van kerkfabriek Monulfus en Gondulfus Kaulille zoals gehecht aan dit besluit.
De budgetwijziging 2021 van kerkfabriek Sint-Benedictus Lozen past binnen het goedgekeurde meerjarenplan waardoor de gemeenteraad hier enkel akte van dient te nemen.
Het Bisdom gaf op 29 september 2021 “gunstig advies”.
De gemeenteraad is bevoegd. Artikel 41, tweede lid, 9° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor die beslissingen die een wet, decreet of uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk voorbehoudt aan de gemeenteraad.
Artikels 48, 49 en 50 van het decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 7 mei 2004, dat werd gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012, bepalen dat als de ingediende budgetwijziging van een kerkfabriek past in het goedgekeurde meerjarenplan de gemeenteraad hier akte van dient te nemen.
De gemeenteraad van 24 oktober 2019 keurde de originele meerjarenplannen 2020-2025 van de kerkfabrieken goed.
De raad neemt akte van de budgetwijziging 2021 van kerkfabriek Sint-Benedictus Lozen zoals gehecht aan dit besluit.
Het budget bestaat uit een investeringsbudget en een exploitatiebudget. De ingediende exploitatie budgetten 2022 passen in het goedgekeurde meerjarenplan en daarom dient de gemeenteraad hier enkel akte van te nemen.
Het Bisdom Hasselt gaf op 14 oktober 2021 een gunstig advies voor het budget 2022 van de kerkfabriek Lozen en een gunstig advies met opmerkingen voor de budgetten 2022 van de 3 andere kerkfabrieken van Bocholt.
Artikel 41, tweede lid, 9° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor die beslissingen die een wet, decreet of uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk voorbehoudt aan de gemeenteraad.
Artikel 48, van het decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 7 mei 2004, dat werd gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012 bepaalt namelijk dat als het budget van een kerkfabriek past in het goedgekeurde meerjarenplan de gemeenteraad hier akte van neemt.
De raad neemt akte van de budgetten 2022 van de 4 Bocholter kerkfabrieken zoals gehecht aan dit besluit.
Het gemeentebestuur wil via de dienst Vrije Tijd diverse toeristische producten (kaarten, relatiegeschenken, ...) aan inwoners en bezoekers aanbieden en verkopen. De gemeente streeft hiermee geen commerciële doeleinden na maar wil een mooie variatie aan toeristische producten en dergelijke te koop aanbieden. De foute kersttrui 'Leven in de brouwerij, Bocholt winters warm' zal te koop worden aangeboden aan de balie van de dienst vrije tijd voor een bedrag van € 20,00.
De verkoop van de foute kersttrui 'Leven in de brouwerij, Bocholt winters warm' dient dus te worden opgenomen in het bestaande retributiereglement toeristische producten.
Het gemeentebestuur wil ook een hoeveelheidskorting aanbieden van 4 kopen + 1 gratis.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2019 inzake vaststelling retributiereglement toeristische producten.
De gemeenteraad stelt het retributiereglement 'verkoop van toeristische producten' vast zoals opgenomen in dit besluit.
Het retributiereglement 'verkoop van toeristische producten' treedt in werking op 16 december 2021 en eindigt op 31 december 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2019 inzake vaststelling retributiereglement toeristische producten wordt opgeheven vanaf heden.
In 2022 zijn er 3 feestdagen die in het weekend vallen en bijgevolg gecompenseerd dienen te worden op een andere dag, nl:
De personeelsdienst heeft de verschillende diensten geconsulteerd omtrent de vervangende compensatiedagen en de periode van collectieve sluiting.
Het managementteam keurde in haar zitting van 26 oktober 2021 bijgevoegde kalenders goed.
Gezien de van toepassing zijnde coronamaatregelen is een fysiek overleg van het HOC/BOC niet aangewezen. Om die reden heeft het overleg en de goedkeuring via mail-verkeer plaatsgevonden om op die manier de kalenders van feestdagen, compensatiedagen en collectieve sluiting (waar van toepassing) vast te stellen.
Op 3 november 2021 verleende het ACV via mail haar akkoord voor het ontwerp van protocol en de kalenders middels ondertekening van het protocolakkoord zonder bijkomende opmerkingen.
Op 5 november 2021 ontvingen wij volgend antwoord van het VSOA :
Brugdagen/compensatiedagen die vallen op een voor het personeelslid inactiviteitsdag, worden automatisch a rato van de tewerkstellingsbreuk toegevoegd aan het beschikbare verlofsaldo, zodat de betrokken medewerker deze compensatiedag op een ander moment naar keuze kan opnemen.
Sluitingsdagen/collectieve sluiting is inherent aan het volledig onderbreken van de activiteiten van deze diensten (sport, cultuur, bibliotheek, buitenschoolse kinderopvang) voor bepaalde dagen of voor een bepaalde periode, waardoor er ook geen opdrachten zijn voor de betrokken medewerkers. Deze werkwijze wordt al jaren op dezelfde manier toegepast en heeft nooit bezwaar opgeleverd, noch vanwege de betrokken personeelsleden, noch van het VSOA.
Op 6 november verleende het ACOD via mail haar akkoord voor het ontwerp van protocol en de kalenders middels ondertekening van het protocolakkoord zonder bijkomende opmerkingen.
Verzoek aan de gemeenteraad om, ondanks de bemerkingen van het VSOA, de voorliggende kalenders goed te keuren en hierdoor de feestdagen, compensatiedagen en collectieve sluiting voor 2022 vast te stellen, gezien het akkoord van de 2 andere vakorganisaties, nl. het ACV en het ACOD.
Artikel 186 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende de rechtspositieregeling.
Artikel 248 §2 van de rechtspositieregeling, vastgesteld op 29 november 2018 voor het gemeentepersoneel, waarin vastgelegd is dat de gemeenteraad de vervangingsdagen bepaalt voor de feestdagen die samenvallen met een zaterdag of zondag.
De wet van 19 december 1974 (verschenen in het Belgisch Staatsblad op 24 december 1974) tot regeling van de betrekkingen tussen de overheden en de vakbonden van haar personeel en latere wijzigingen.
De gemeenteraad legt volgende dagen in 2022 vast als compensatiedagen of collectieve sluitingsdagen:
Voor het personeel van het gemeentehuis, de bibliotheek, de Steen:
Voor het personeel van de Kroon:
Voor het personeel van de Damburg en de Steenakker:
Collectieve sluiting de Kroon:
Collectieve sluiting de Damburg en de Steenakker:
Collectieve sluiting bibliotheek:
De compensatiedagen die vallen op een inactiviteitsdag voor personeelsleden, worden voor de betrokken personeelsleden a rato van de tewerkstellingsbreuk bij het saldo van de jaarlijkse vakantie gevoegd.
In artikel 5 van de overeenkomst met statutaire draagkracht wordt bepaald dat het beheerscomité het beleidsplan, waarin de gemeenten zich er toe verbinden inzake infrastructuur, investeringen en dergelijke tussenkomsten te verlenen, jaarlijks ter goedkeuring voorlegt aan de betrokken gemeenteraden.
Via de goedkeuring van dit beleidsplan verbinden de gemeenten zich er toe de geplande tussenkomsten inzake de werking en de investeringen te verlenen aan de interlokale vereniging. Tevens schetst het beleidsplan de grote lijnen van de werking van het kunstonderwijs en de opties voor de toekomst.
Artikel 395 §2 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat het beheerscomité het beleidsplan van de interlokale vereniging vaststelt en ze ter goedkeuring voorlegt aan de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten.
Het 'Beleidsplan & Begroting 2022 Kunstacademie Noord-Limburg' zoals gehecht aan dit besluit wordt goedgekeurd.
Het afvalreglement van Limburg.net dat op 24 juni 2021 in zijn meest recente vorm werd vastgesteld door de gemeenteraad is gewijzigd en dient dus opnieuw vastgesteld te worden. Daarnaast wenst Limburg.net nog een aantal tekstuele aanpassingen aan het nieuwe reglement aan te brengen:
Artikel 40 §3 en artikel 41 tweede lid 2° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepalen dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.
Artikel 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt de wijze waarop en de termijn waarin een reglement in werking treedt.
Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), in het bijzonder bijlage 5.1.4.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 januari 2008 tot vaststelling van het “Uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen” en van 28 januari 2000 tot vaststelling van het “Uitvoeringsplan Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen”.
De omzendbrief van de Vlaamse Regering OMG 2020/0 2020/1 van 18 december 2020 betreffende de wijziging en actualisatie van de omzendbrief van 27 augustus 2008 over inzameling van asbestcement op de recyclageparken in het Vlaams Gewest.
Het "Afvalreglement betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" zoals opgenomen in dit besluit wordt vastgesteld.
Het "Afvalreglement betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" treedt in werking op 1 januari 2022.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 juni 2021 inzake vaststelling "afvalreglement betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" wordt opgeheven per 1 januari 2022.
Artikel 40 §3 en artikel 41 tweede lid 2° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepalen dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.
Artikel artikel 41 tweede lid 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat het de gemeenteraad is die belastingen vaststelt.
Artikel 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt de wijze waarop en de termijn waarin een reglement in werking treedt.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen.
Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), in het bijzonder bijlage 5.1.4..
Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 januari 2008 tot vaststelling van het “Uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen” en van 28 januari 2000 tot vaststelling van het “Uitvoeringsplan Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen”.
De omzendbrief van de Vlaamse Regering OMG 2020/0 2020/1 van 18 december 2020 betreffende de wijziging en actualisatie van de omzendbrief van 27 augustus 2008 over inzameling van asbestcement op de recyclageparken in het Vlaams Gewest.
De inhoudelijke wijzigingen in het belastingreglement zitten vervat in het hoofdstuk contactbelasting nl. het verdwijnen van de PMD rollen van 120 liter. Verder heeft het belastingreglement enkele tekstuele aanpassingen doorlopen namelijk de doorlooptijd van het reglement werd gewijzigd tot het einde van de legislatuur (2022-2025).
Het "Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen" van Limburg.net zoals opgenomen in dit besluit wordt vastgesteld.
Het "Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen" treedt in werking op 1 januari 2022.
Het gemeenteraadsbesluit inzake vaststelling "Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen" van 17 december 2020 wordt opgeheven per 1 januari 2022.
Tijdens de raad van bestuur van 13 oktober 2021 werd de datum en de agenda van de algemene vergadering van Limburg.net vastgelegd. De algemene vergadering zal plaatsvinden op woensdag 15 december 2021 om 18u30 in het auditorium van de Corda Campus – gebouw 1 te Hasselt.
De gemeente ontving een uitnodiging tot deelname aan de algemene vergadering, samen met een dossier met documentatiestukken.
De gemeenteraad moet goedkeuring verlenen aan de agenda van de A.V. van Limburg.net die volgende agendapunten bevat:
a) De heer Franky Geypen wordt aangesteld als effectief afgevaardigde en Marleen Kauffmann wordt aangesteld als plaatsvervanger om de gemeente Leopoldsburg te vertegenwoordigen in het algemeen comité van Limburg.net
Er zijn geen bezwaren voorhanden om de goedkeuring van de agenda te weigeren.
De gemeenteraad moet tegelijkertijd het mandaat van de vertegenwoordiger vaststellen en standpunten innemen t.a.v. de agendapunten.
Artikel 432 3de lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke vergadering.
Art. 432 6de lid van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat minstens één buitengewone algemene vergadering wordt belegd in de loop van het laatste trimester van elk jaar, om de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgende boekjaar te bespreken. Een door de raad van bestuur opgestelde begroting staat op de agenda van die vergadering.
Art. 443 2de lid van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de leden van het algemeen comité van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen, bij geheime stemming, benoemd worden door de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 25 november 2021 betreffende de agenda voor de algemene vergadering van Limburg.net van 15 december 2021, in te nemen standpunt en vaststelling mandaat zoals gehecht aan dit besluit, wordt bekrachtigd.
De gemeente wordt uitgenodigd tot deelname aan de algemene vergadering van Cipal dv die op 16 december 2021 plaatsvindt.
Er moet goedkeuring verleend aan de agenda van de A.V. die volgende agendapunten bevat:
De toelichtende nota van Cipal betreffende de agendapunten van deze algemene vergadering bevat de voorstellen van de raad van bestuur van Cipal.
Er zijn geen redenen voorhanden om goedkeuring van de agendapunten te weigeren.
Tegelijkertijd moet het mandaat van de vertegenwoordiger vastgesteld worden.
De statuten van Cipal dv.
Artikel 40 en 41 4° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (bevoegdheid gemeenteraad).
Deel 3 Titel 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (intergemeentelijke samenwerking), in het bijzonder artikel 432 3de lid (herhaling vaststelling van het mandaat), art. 432 6de lid (Minstens één buitengewone algemene vergadering wordt belegd in de loop van het laatste trimester van elk jaar, om de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgende boekjaar te bespreken. Een door de raad van bestuur opgestelde begroting staat op de agenda van die vergadering) en art. 443 2de lid (De leden van het algemeen comité van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen worden, bij geheime stemming, benoemd door de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers).
De gemeenteraadsbesluiten van 31 januari 2019 en 27 mei 2021 inzake de aanduiding van de vertegenwoordiger van de gemeente op de algemene vergaderingen van Cipal
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 56 §1 (bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen).
Omwille van hoogdringendheid ingevolge de afgelasting van de gemeenteraad van 25 november werd de principiële goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen om dan ter bekrachtiging voorgelegd te worden aan de eerstkomende gemeenteraad.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 9 december 2021 betreffende de agenda voor de algemene vergadering van Cipal dv van 16 december 2021, in te nemen standpunt en vaststelling mandaat zoals gehecht aan dit besluit, wordt bekrachtigd.