In het kader van administratieve vereenvoudiging en snellere procedureafhandeling is het aangewezen het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (vastgesteld bij ministerieel besluit van 20 december 2019 in uitvoering van artikel 11, 2° en artikel 90, 1° en 2° van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017) toe te passen als drempel voor bevoegdheidsverdeling om zo voor dossiers een vlottere verwerking mogelijk te maken. Deze drempel werd vanaf 1 januari 2020 verlaagd van € 144.000,00 exclusief btw naar € 139.000,00 exclusief btw.
Het begrip dagelijks bestuur dient niet alleen benaderd te worden vanuit het gegeven overheidsopdrachten, maar het bevat alle beheersdaden mét en zonder financiële impact op het financieel evenwicht van het meerjarenplan.
In het kader van een optimale thesauriepositie van het bestuur kan de noodwendigheid bestaan om snel een thesaurievoorschot op te nemen of kasfaciliteit aan te gaan.
Het is aangewezen om deze delegatie te verwerken in de definiëring dagelijks bestuur.
Conform artikel 56 §3, 5° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 is het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip “dagelijks bestuur”.
Artikel 41, 8° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de Gemeenteraad exclusief bevoegd is om vast te stellen wat moet worden verstaan onder het begrip “dagelijks bestuur”.
De gemeenteraad keurde in zitting van 26 september 2019 de aanpassing goed van het reglement “vaststelling begrip dagelijks bestuur en vrijstelling van visumverplichting”. Dit reglement is door de aanpassing van het drempelbedrag aan actualisering toe.
De Wet van 17 juni 2016 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, de Wet van 16 februari 2017 houdende wijziging van de wet op de rechtsbescherming van 17 juni 2013 (B.S. 17 maart 2017), het Koninklijk Besluit van 18 april 2017 betreffende de plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren en het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken liggen eveneens aan de grondslag.
Artikel 266 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande netto-kasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 september 2019 betreffende het reglement 'vaststelling begrip dagelijks bestuur en vrijstelling van visumverplichting' wordt opgeheven.
De definiëring van het begrip ‘dagelijks bestuur’, zoals opgenomen in artikel 41, 8° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt als volgt vastgesteld:
Volgende categorieën van verrichtingen die vallen binnen de perken vastgelegd door de Vlaamse regering worden vrijgesteld van visumverplichting:
Deze beslissing uitwerking te laten hebben vanaf de publicatie.
De gemeente beschikt over een lijst van pachters in Bocholt. De gemeenteraad dient de pachtprijscoëfficiënt goed te keuren.
In zitting van 26 januari 2017 keurde de gemeenteraad de pachtprijscoëfficiënt van 9,44 goed.
In het Belgisch Staatsblad van 13 december 2019 verschenen de nieuwe coëfficiënten, vastgesteld door de pachtprijzencommissie van het Departement Landbouw & Visserij.
De aanpassing van de pachtprijzen start best bij ingang van een nieuw pachtjaar.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikels 40 en 41 10°, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, alsook de artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 56 § 3 8° b) dat bepaalt dat de gemeenteraad met betrekking tot de pacht de contractvoorwaarden dient vast te stellen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het schepencollege wordt belast met de aanpassing van de pachtprijzen, rekening houdend met het kadastraal inkomen en de nieuwe vastgestelde coëfficiënt van 9,54.
De nieuwe pachtprijs moet door de pachters voor de eerste maal betaald worden op de vervaldag van het jaar 2020.
Het besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2017 houdende de aanpassing van de pachtprijzen wordt opgeheven.
Beknopte samenvatting
De gemeente Bocholt stelt voor een deel van het openbaar domein, meer bepaald een deel van een onbenoemde gemeenteweg, gelegen langs de Kreyelerstraat te Bocholt te ruilen met een geïnteresseerde aangrenzende eigenaar. Het stuk openbaar domein heeft een oppervlakte van 3a 38ca en dezelfde oppervlakte wenst de gemeente te ruilen met een deel van een ander perceel in eigendom van dezelfde eigenaar voor het aanplanten van een bomenrij/houtkant.
MOTIVATIE
Aanleiding en context
De heer Gorik Hendrickx wonende te 3960 Bree, Regenboogstraat 11A zou graag een deel van de onbenoemde gemeenteweg gelegen langs de Kreyelerstraat wensen te kopen van de gemeente Bocholt. Het betreft het deel vanaf de Kreyelerstraat langsheen de percelen kadastraal bekend onder Bocholt, 1ste afdeling, sectie B, nummers 709Z en 709Y, in eigendom van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx gebruikt dit deel van de onbenoemde gemeenteweg reeds als inrit maar wenst nu dus de eigendom hiervan te verwerven. De gemeenteraad dient deze verkoop goed te keuren.
Argumentatie
Het betreft het deel van de onbenoemde gemeenteweg vanaf de Kreyelerstraat langsheen de percelen kadastraal bekend onder Bocholt, 1ste afdeling, sectie B, nummers 709Z en 709Y, in eigendom van de heer Hendrickx, tot aan de Kreyelerrietbeek.
Het college besliste in haar zitting van 27 juni 2019 om de verkoop van het deel van de onbenoemde gemeenteweg, met een oppervlakte van 3a 38ca, gelegen langs de Kreyelerstraat tussen de percelen 1/B/709Z en 709Y enerzijds en het perceel 1/B/585V anderzijds, aan de heer Hendrickx, principieel en voorwaardelijk goed te keuren.
Het opmetingsplan van 19 november 2019, opgemaakt door landmeter-expert Leo Rutten bepaalt de oppervlakte van het te verkopen deel van de onbenoemde gemeenteweg op 3a 38ca.
Het schattingsverslag van 20 november 2019 bepaalt de normale verkoopwaarde van het te verkopen deel van de onbenoemde gemeenteweg (3a 38ca landbouwgrond) op € 1.690,00.
De achterliggende percelen blijven bereikbaar door de rest van de onbenoemde gemeenteweg die uitkomt op de Watermolenweg (zie kadasterplan in bijlage).
De familie Tholen-De Backer, Watermolenweg 2 te 3950 Bocholt is de andere aangrenzende eigenaar (perceel 1/B/585V) van deze onbenoemde gemeenteweg. De familie Tholen-De Backer heeft op 6 mei 2019 een verklaring ondertekend dat ze de wegzate die vrijkomt na de gedeeltelijke afschaffing van de onbenoemde gemeenteweg niet willen aankopen (zie verklaring in bijlage).
Het deel van de onbenoemde gemeenteweg, gelegen langs de Kreyelerstraat tussen de percelen 1/B/709Z en 709Y enerzijds en het perceel 1/B/585V anderzijds kan voor het gemeentebestuur van Bocholt een plaats zijn om bomen of houtkant te planten ter versterking van het netwerk van kleine landschapselementen. Verder is het ook duidelijk dat dit kleine stuk ingesloten grond (3a 38ca) nuttig kan zijn voor de aangrenzende eigenaars van deze onbenoemde gemeenteweg.
De gemeente Bocholt wenst in te zetten op de versterking van de landschapsstructuur en de vermeerdering van het aantal kleine landschapselementen. Derhalve lijkt het niet aangewezen om de verkoop van het deel van de onbenoemde gemeenteweg, met een oppervlakte van 3a 38ca, gelegen langs de Kreyelerstraat tussen de percelen 1/B/709Z en 709Y enerzijds en het perceel 1/B/585V anderzijds, aan de heer Hendrickx goed te keuren maar een ruiling voor te stellen.
Het stuk van de onbenoemde gemeenteweg heeft een oppervlakte van 3a 38ca en dezelfde oppervlakte wenst de gemeente te ruilen met een deel van een ander perceel van de heer Hendrickx en deze strook in te zetten voor het aanplanten van een bomenrij/houtkant.
Juridische grond
De gemeenteraad is bevoegd. Artikel 41 11° van het decreet voor het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt namelijk dat de gemeenteraad bevoegd is voor daden van beschikking over onroerende goederen.
Toelichting
De gemeente Bocholt stelt voor aan de heer Hendrickx Gorik een deel van haar openbaar domein te ruilen met een gelijke oppervlakte van een ander perceel in zijn eigendom in de gemeente Bocholt. Het betreft een deel van een onbenoemde gemeenteweg, gelegen langs de Kreyelerstraat in Bocholt.
Administratieve afhandeling
Er wordt een afschrift van dit besluit bezorgd aan:
BESLUIT
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het principe van de ruiling van een deel van een onbenoemde gemeenteweg, met een oppervlakte van 3a 38ca, gelegen langs de Kreyelerstraat tussen de percelen kadastraal bekend als Bocholt 1ste afdeling, sectie B, nummers 709Z en 709Y enerzijds en het perceel 1ste afdeling, sectie B, nummer 585V anderzijds, met een deel van een ander perceel van de heer Hendrickx Gorik, Regenboogstraat 11A te 3960 Bree, goed.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt het principe van de beplanting met bomen/houtkant op de verschoven strook, ter versterking van de landschapsstructuur en vermeerdering van het aantal kleine landschapselementen, goed
Artikel 3
Het schepencollege zal dit voorstel aan de heer Gorik Hendrickx voorleggen.
Volgens artikel 14 §2 van het decreet gemeentewegen van 1 september 2019 kan een gemeenteweg (voorheen buurtweg) afgeschaft worden indien de weg al meer dan 30 jaar in onbruik is geraakt. Het gedeelte buurtweg/ gemeenteweg is tot op heden echter nog in gebruik door andere aangelanden dan de verzoeker.
Artikels 3, 4 en 14 §2 van het decreet gemeentewegen van 1 september 2019 is van toepassing.
Het verzoekschrift tot gedeeltelijke afschaffing van buurtweg nr. 63 wordt ongegrond verklaard.
Het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering (IPCC) heeft bevestigd dat de klimaatverandering een feit is en dat menselijke activiteiten het klimaat op aarde blijven beïnvloeden;
Volgens de bevindingen van het IPCC zijn beperking van en aanpassing aan klimaatverandering elkaar aanvullende benaderingen ter vermindering van de risico’s van de gevolgen van de klimaatverandering in verschillende tijdschalen;
Op 12 december 2015 ondertekenden 195 landen, waaronder België, de overeenkomst van Parijs. Dit akkoord streeft er naar de temperatuurstijging ruim onder 2°C (t.o.v. de pre-industriële periode) te houden en zelfs om deze te beperken tot 1,5°C; de capaciteit van landen te willen verhogen om zich aan te passen aan klimaatopwarming en klimaatweerbaarheid te verhogen (adaptatie); de transitie te willen maken naar een koolstofarme maatschappij en financiële stromen compatibel te willen maken met de transitie naar deze koolstofarme en klimaatweerbare ontwikkeling;
De Nationale regeringen, inclusief België, zijn in het kader van de Rio+20-Conferentie van de Verenigde Naties een reeks duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) overeengekomen. Deze vereisen onder meer dat de internationale gemeenschap "de toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen verzekert" (SDG7), dat "steden en woonplaatsen inclusiever, veiliger, veerkrachtiger en duurzamer worden gemaakt" (SDG11) en dat "dringend actie wordt ondernomen om klimaatverandering en de gevolgen daarvan te bestrijden" (SDG13);
Het initiatief Duurzame energie is voor iedereen in 2011 door de secretaris-generaal van de VN gelanceerd en is erop gericht de volgende drie onderling verbonden doelstellingen te bereiken tegen 2030: "universele toegang tot moderne energiediensten voor iedereen", "verdubbeling van de verbetering van de energie-efficiëntie" en "verdubbeling van het aandeel van hernieuwbare energie in de totale energiemix";
De Europese Unie heeft in 2014 het Klimaat- en Energiepakket 2030 aangenomen, waarin drie doelstellingen zijn opgenomen, namelijk een bindende, interne broeikasgasvermindering van minstens 40% t.o.v. 1990, een bindende doelstelling van minstens 32% hernieuwbare energie in het finale energiegebruik in 2030, een indicatieve reductiedoelstelling van minstens 32,5% voor het energiegebruik in 2030 (t.o.v. het 2007-referentiescenario) en een interconnectiedoelstelling van 15% in de elektriciteitssector;
De Europese Commissie heeft in 2011 de ‘Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050’ aangenomen die tot doel heeft tegen 2050 de uitstoot van broeikasgassen in de EU met 80 tot 95% te verminderen ten opzichte van 1990 - dit initiatief is tevens door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie toegejuicht;
Het Comité van de Regio’s van de Europese Unie is de overtuiging toegedaan dat lokale en regionale overheden hun krachten dienen te bundelen omdat multilevel governance een effectief middel is om de efficiëntie van maatregelen tegen klimaatverandering te vergroten;
Het Vlaams klimaatbeleidsplan 2013-2020 dat op 28 juni 2013 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering bestaat uit een Vlaams Mitigatieplan en een Vlaams Adaptatieplan;
De Vlaamse Regering keurde op 20 juli 2018 het ontwerp van Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 goed;
Het ontwerp van Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 samen met het Vlaams Energiebeleidsplan 2021-2030 vormt het ontwerp van een Belgisch geïntegreerd energie- en klimaatplan;
Wij moeten er ons van bewust zijn dat de lokale en regionale overheden, samen met de nationale overheden, de verantwoordelijkheid dragen voor het bestrijden van de opwarming van de aarde en zich dan ook actief daarvoor moeten inzetten, ongeacht wat de andere partijen doen;
Steden en gemeenten zijn direct en indirect (via de door de burgers gebruikte producten en diensten) verantwoordelijk voor meer dan de helft van de broeikasgasemissies als gevolg van het gebruik van energie in het kader van menselijke activiteiten;
Veel van de maatregelen ter vermindering van de vraag naar energie, ter bevordering van het gebruik van duurzame energie en ter bestrijding van de klimaatverandering, vallen onder de bevoegdheden van de lokale overheden of kunnen zonder de politieke steun van de lokale overheden niet worden uitgevoerd;
De Europese Unie stelt dat de in het vooruitzicht gestelde emissiereductie alleen kan gerealiseerd worden als ook de lokale stakeholders en de burgers en hun organisaties daartoe een bijdrage leveren;
De lokale en regionale overheden zijn de belangrijkste drijfveren voor de energietransitie en de strijd tegen klimaatverandering op het bestuursniveau dat het dichts bij de burger staat;
Lokale en regionale overheden nemen een sleutelpositie in om de kwetsbaarheid van hun grondgebied voor de verschillende gevolgen van klimaatverandering te beperken;
Effectieve maatregelen op lokaal niveau zullen de EU-lidstaten beter in staat stellen hun verplichtingen op het vlak van de vermindering van broeikasgasemissies na te komen;
Lokale en regionale overheden in heel Europa moeten de broeikasgasemissies helpen verminderen door het opzetten van energie-efficiëntieprogramma’s, incl. programma’s op het vlak van duurzame mobiliteit, en door het stimuleren van het gebruik van duurzame energie;
De Europese Commissie heeft in 2008 het Burgemeestersconvenant in het leven geroepen om lokale overheden te betrekken en te ondersteunen bij de uitvoering van maatregelen met het oog op de beperking van klimaatverandering;
Het Burgemeestersconvenant wordt sinds zijn oprichting erkend als een essentieel EU-instrument, met name voor zijn rol in de strategie voor de energie-unie (Europese Commissie, 2015) en de Europese strategie voor energiezekerheid (Europese Commissie, 2014) om de energietransitie te versnellen en de zekerheid van de energievoorziening te verbeteren;
De Europese Commissie heeft in 2014, als essentiële maatregel van de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering (Europese Commissie, 2013), het "Mayors Adapt"-initiatief in het leven geroepen om lokale overheden te betrekken en te ondersteunen bij de uitvoering van maatregelen met het oog op aanpassing aan klimaatverandering;
De Europese Commissie lanceerde in 2015 een nieuw, geïntegreerd Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie. Dit Convenant houdt rekening met de Europese klimaatdoelstellingen voor 2030 en verenigt beperking van en aanpassing aan - beide pijlers van de strijd tegen de klimaatverandering - in 1 overkoepelend initiatief;
De provincie Limburg heeft de ambitie klimaatneutraal te worden tegen 2050;
De provincie Limburg vraagt om mee te werken aan het realiseren van deze doelstelling;
De provincie Limburg bevestigde zijn engagement op 9 maart 2017 als territoriaal coördinator in het kader van het vernieuwde Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie, en zal dus ondersteuning bieden aan de steden en gemeenten;
De doelstellingen van het Burgemeestersconvenant 2030 zijn nl. de CO2-uitstoot op ons grondgebied met ten mínste 40% terug dringen tegen 2030 en maatregelen te nemen om de samenleving veerkrachtig te maken voor de gevolgen van de klimaatverandering;
De engagementen binnen het Burgemeestersconvenant zijn om een emissieberekening uit te voeren en een risico- en kwetsbaarheidsanalyse op te stellen, die als uitgangspunt voor het actieplan worden gebruikt; en het actieplan binnen twee jaar na de formele ondertekening van het Burgemeestersconvenant in te dienen;
De Limburgse gemeenten die het Burgemeestersconvenant 2030 ondertekenden, hebben van de Europese Commissie uitstel gekregen voor de indiening van hun SECAP tot 15 maart 2020;
De emissieberekening voor de gemeente (nulmeting) en de risico- en kwetsbaarheidsanalyse van de gemeente, zijn aangereikt door de provincie;
Het actieplan dat moet worden ingediend bij het Burgemeestersconvenant bestaat uit een klimaatactieplan (tekst in het Nederlands) en een Sustainable Climate and Energy Action Plan (SCEAP, online tool in het Engels);
Het modelactieplan (klimaatactieplan,tekst), werd aangereikt door de provincie, en werd toegelicht in de gemeentelijke stuurgroep;
Het klimaatactieplan werd voorbereid door de gemeentelijke milieudienst in samenwerking met de andere gemeentelijke diensten op basis van dit modelactieplan;
Er werd advies gevraagd aan de MINA-raad en dit advies werd gegeven op 6 januari 2020.
Artikel 40 §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen over de volheid van bevoegdheid beschikt ten aanzien van de aangelegenheden vermeld in artikel 2 van het decreet. Artikel 2 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt o.a.:
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk klimaatactieplan zoals gehecht aan dit besluit, goed.
Door het vaststellen van een organiek reglement wordt de werking van het adviesorgaan voor Milieu en Natuur geregeld.
Bij nazicht van het bestaande organiek reglement voor de adviescommissie van Milieu en Natuur, goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 augustus 2013, is gebleken dat het reglement best in beperkte mate gewijzigd wordt, voornamelijk ten gevolge van de wijzigingen van een algemene vergadering naar een bestuursvergadering. Daarenboven zijn er een aantal bepalingen die intussen niet meer stroken met de vigerende wetgeving.
Een aanpassing van het reglement is daarom noodwendig.
De bestaande adviescommissie heeft op 6 januari 2020 een positief advies verleend.
De gemeenteraad is bevoegd. Artikel 40 §1 en artikel 41, 13° van het decreet voor het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepalen namelijk dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en de adviesraden en overlegstructuren inricht. Daarnaast bepaalt artikel 304 §3 dat de gemeenteraad kan overgaan tot de organisatie van raden en overlegstructuren die als opdracht hebben op regelmatige wijze het gemeentebestuur te adviseren, dat ten hoogste twee derde van de leden van hetzelfde geslacht kunnen zijn en dat gemeenteraadsleden en leden van het college van burgemeester en schepenen geen stemgerechtigd lid kunnen zijn van de raden.
Het organiek reglement 'adviesorgaan voor Milieu en Natuur' bekend te maken volgens de bepalingen van artikel 285, 286 en 287 en het in werking te laten treden volgens artikel 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het besluit van de gemeenteraad van 29 augustus 2013 betreffende het organiek reglement met betrekking tot de werking van het 'adviesorgaan voor milieu en natuur', op te heffen.
Het reglement 'adviesorgaan voor Milieu en Natuur' als volgt vast te stellen:
Het gemeentebestuur wenst een permanent toezicht om de veiligheid in de omgeving van de Sint-Laurentiuskerk te verhogen, de overlast te beperken, misdrijven te voorkomen en mogelijke daders te identificeren.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt in artikel 41 tweede lid 9° dat de gemeenteraad bevoegd is voor die beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt.
Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's.
Het koninklijk besluit van 8 mei 2018 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s en betreffende het register van de beeldverwerkingsactiviteiten van bewakingscamera’s.
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2018, Leveren en plaatsen van een camerabewakingssysteem - lastvoorwaarden en gunningswijze – goedkeuring.
Besluit van het College van burgemeester en schepenen van 11 oktober 2018, Leveren en plaatsen van een camerabewakingssysteem - goedkeuring gunning aan DMTronic BVBA.
Het plaatsen en in dienst stellen van 6 bewakingscamera's op een niet-besloten plaats, in de omgeving van de Sint-Laurentiuskerk Kerkplein, 3950 Bocholt, zoals aangeduid op de plannen die gehecht zijn aan dit besluit, krijgt een positief advies.
Aan de invalswegen zullen borden geplaatst worden die burgers informeren dat er bewakingscamera's aanwezig zijn op het grondgebied van de gemeente Bocholt.
De Bocholter verenigingen die een fuif organiseren zaten met de handen in het haar toen ze vernamen dat gratis fuifbussen afgeschaft werden. Dit betekent nl. minder fuifgangers die op een veilige manier op de fuif geraken, wat op zijn beurt een vermindering van inkomsten voor de organisatie betekent. Indien de verenigingen zelf moeten instaan voor 50 % van de (vaak hoge) kosten, is dit een hele hap uit het budget voor de organisatie van een fuif.
Daarbij blijft ook het veiligheidseffect heel sterk spelen. Jongereren zijn veel veiliger als ze de fuifbussen gebruiken.
Onderstaande verenigingen maken gebruik van de provinciale fuifbussen:
Subsidie
Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 50 % van de kosten voor het inleggen van een fuifbus, met een maximum van € 400,00 per fuifbus en 3 bussen per fuif. De overige 50 % is voor de fuiforganisator (eventueel kan de gemeente hierin tussenkomen). In tegenstelling tot het vorige reglement, is de fuiforganisator volgens het nieuwe reglement niet belemmerd om een bijdrage te vragen voor de fuifbus.
Gemeentelijke bijdrage
Het voorstel is dat gemeente Bocholt tussenkomt in de overige 50 % van de kosten, per fuifbus. Dit geldt voor erkende Bocholter verenigingen die een fuif of evenement organiseren op het grondgebied van Bocholt.
Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is om gemeentelijke reglementen vast te stellen. Dit wordt nog eens bevestigd in artikel 41 tweede lid 2° van hetzelfde decreet. Tenslotte bepaalt ook artikel 41 tweede lid 23° dat de gemeenteraad bevoegd is om subsidiereglementen vast te stellen.
Het gemeentebestuur besluit om voor 50% tussen te komen in de resterende kosten voor fuifbussen die ten laste vallen van de organiserende verenigingen na de subsidie van de provincie.
Erkende Bocholter verenigingen die een fuif organiseren komen in aanmerking voor de subsidie.
De subsidie wordt uitbetaald nadat de subsidie van de provincie werd uitbetaald en op basis van de bewezen onkosten voor de huur van de fuifbussen.
Toch is het zinvol om ook voor het buurthuis een reglement van inwendige orde vast te stellen dat gelijkaardig is aan de andere reglementen van inwendige orde van de gemeentelijke infrastructuur. Op die manier kunnen verenigingen alle gemeentelijke infrastructuur op dezelfde wijze gebruiken.
Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is om gemeentelijke reglementen vast te stellen. Dit wordt nog eens bevestigd in artikel 41 tweede lid 2° van hetzelfde decreet.
Het huishoudelijk reglement van 19 december 2013 buurthuis Reppel wordt opgeheven.
De gemeenteraad stelt het reglement van inwendige orde van het buurthuis Reppel als volgt vast:
Het is zinvol om het reglement van inwendige orde van gemeenschapshuis Lozen en de pastorie opnieuw vast te stellen om het volledig conform te maken aan de andere reglementen van inwendige orde van de gemeentelijke infrastructuur. Vooral het onderdeel i.v.m. verzekeringen diende nog aangepast te worden. Op die manier kunnen verenigingen alle gemeentelijke infrastructuur op dezelfde wijze gebruiken. Aangezien de sportzaal van het gemeenschapshuis dubbel gebruikt wordt door zowel de school als de verenigingen vonden beide partijen het zinvol om een afzonderlijke bijlage in verband met het organiseren van fuiven op te nemen.
Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is om gemeentelijke reglementen vast te stellen. Dit wordt nog eens bevestigd in artikel 41 tweede lid 2° van hetzelfde decreet.
Het huishoudelijk reglement van buurthuis de Leemskuil van 30 december 2013 wordt opgeheven.
De gemeenteraad stelt het reglement van inwendige orde van het gemeenschapshuis Lozen inclusief de pastorie en de bijlage in verband met het organiseren van fuiven als volgt vast: