In het kader van administratieve vereenvoudiging en snellere procedureafhandeling is het aangewezen het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (vastgesteld bij ministerieel besluit van 20 december 2019 in uitvoering van artikel 11, 2° en artikel 90, 1° en 2° van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017) toe te passen als drempel voor bevoegdheidsverdeling om zo voor dossiers een vlottere verwerking mogelijk te maken. Deze drempel werd vanaf 1 januari 2020 verlaagd van € 144.000,00 exclusief btw naar € 139.000,00 exclusief btw.
Het begrip dagelijks bestuur dient niet alleen benaderd te worden vanuit het gegeven overheidsopdrachten, maar het bevat alle beheersdaden mét en zonder financiële impact op het financieel evenwicht van het meerjarenplan.
In het kader van een optimale thesauriepositie van het bestuur kan de noodwendigheid bestaan om snel een thesaurievoorschot op te nemen of kasfaciliteit aan te gaan.
Het is aangewezen om deze delegatie te verwerken in de definiëring dagelijks bestuur.
Conform artikel 56 §3, 5° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 is het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip “dagelijks bestuur”.
Artikel 41, 8° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de Gemeenteraad exclusief bevoegd is om vast te stellen wat moet worden verstaan onder het begrip “dagelijks bestuur”.
De gemeenteraad keurde in zitting van 26 september 2019 de aanpassing goed van het reglement “vaststelling begrip dagelijks bestuur en vrijstelling van visumverplichting”. Dit reglement is door de aanpassing van het drempelbedrag aan actualisering toe.
De Wet van 17 juni 2016 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, de Wet van 16 februari 2017 houdende wijziging van de wet op de rechtsbescherming van 17 juni 2013 (B.S. 17 maart 2017), het Koninklijk Besluit van 18 april 2017 betreffende de plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren en het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken liggen eveneens aan de grondslag.
Artikel 266 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande netto-kasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 september 2019 betreffende het reglement 'vaststelling begrip dagelijks bestuur en vrijstelling van visumverplichting' wordt opgeheven.
De definiëring van het begrip ‘dagelijks bestuur’, zoals opgenomen in artikel 41, 8° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt als volgt vastgesteld:
Volgende categorieën van verrichtingen die vallen binnen de perken vastgelegd door de Vlaamse regering worden vrijgesteld van visumverplichting:
Deze beslissing uitwerking te laten hebben vanaf de publicatie.