Overwegende dat lot 1 volgens bijgevoegd plan overeen komt met perceel 1/A/260V2 (af te splitsen oppervlakte 1a64ca), verkocht zal worden;
Overwegende dat lot 2 volgens bijgevoegd plan wordt afgesplitst van perceel 1/A/260T2 (af te splitsen oppervlakte 2a35ca), om gevoegd te worden bij Hamonterweg 163;
Overwegende dat lot 3 volgens bijgevoegd plan wordt afgesplitst van perceel 1/A/260T2 (af te splitsen oppervlakte 2a20ca), om gevoegd te worden bij Hamonterweg 163;
Overwegende dat lot 4 volgens bijgevoegd plan wordt afgesplitst van perceel 1/A/260T2 (af te splitsen oppervlakte 1a00ca), om gevoegd te worden bij Hamonterweg 163/0001;
Overwegende dat lot 5 volgens bijgevoegd plan wordt afgesplitst van perceel 1/A/260T2 (af te splitsen oppervlakte 0a21ca), om gevoegd te worden bij Hamonterweg 163/0001;
Overwegende dat lot 6 volgens bijgevoegd plan wordt afgesplitst van perceel 1/A/260T2 (af te splitsen oppervlakte 0a04ca), om gevoegd te worden bij lot 1 langs Hamonterweg 161;
Overwegende dat percelen 1/A/260T2 en 260V2 gelegen zijn in woongebied met landelijk karakter en achterliggend agrarisch gebied volgens het Gewestplan en in de zone voor gemengde bestemmingen volgens het BPA ‘Lozen’;
Overwegende dat beide percelen bezwaard zijn met een onvergunde constructie, dat deze constructies geregulariseerd of afgebroken dienen te worden;
Overwegende dat volgens het bijgevoegd plan de tuinzone van Hamonterweg 163 nog slechts een diepte van ca. 4 m gaat behouden; dat dit niet gunstig geadviseerd kan worden; dat de tuindiepte minstens 10 m dient te zijn;
Overwegende dat men het perceel 1/A/260T2 langs Hamonterweg 163 en 163/0001 went op te delen in verschillende delen, namelijk een gedeelte voor de wooneenheid op het gelijkvloers, een gedeelte voor de wooneenheid op de verdieping, en een gemeenschappelijk gedeelte; dat lot 5 niet rechtstreeks bereikbaar is; dat het niet mogelijk is om een gebouw dat horizontaal opgedeeld werd kadastraal op te delen aangezien beide wooneenheden zich boven elkaar bevinden; dat deze opdeling in geen enkel opzicht logisch en nodig is;
Overwegende dat er geen officieel splitsingsplan werd opgemaakt, ondertekend en gedateerd door een landmeter; dat dit plan niet voldoet aan de eisen van een bijgevoegd splitsingsplan; dat het splitsingsplan niet volledig is, aangezien niet alle constructies op de percelen ingetekend werden;
Overwegende dat er per kadastraal perceel slechts 1 inrit van 3 meter breedte toegestaan worden; dat 30 % van het perceel verhard mag worden volgens de voorschriften van het BPA, dat de overige 70% aangeplant dient te worden; dat de voortuin minimaal verhard mag worden, dat beplanting in de voortuin verplicht is; dat momenteel de voortuinen van beide woningen volledig verhard zijn en over de volledige breedte toegankelijk zijn vanaf het openbaar domein;
Het college van burgemeester en schepenen heeft bezwaar tegen deze opdeling omwille van volgende redenen;