Het college van burgemeester en schepenen keurde op 30 april 2015 de recenste aanpassing aan het retributiereglement goed met betrekking tot de standplaatsen kermissen. Dit loopt op het einde van dit jaar af. Het reglement moet verlengd worden.
In 2015 werd het standgeld voor de foorkramers zonder gastronomie afgeschaft om de leefbaarheid van de kermissen te stimuleren. Enkel de uitaters van een kermisgastronomie dienen nog een retributie te betalen.
Er dringt zich op dit moment geen verhoging of verlaging van de retributie op.
In zitting van 30 april 2015 keurde het college van burgemeester en schepenen het retributiereglement 'standgeld kermissen' goed. Dit reglement eindigt op 31 december 2019.
Artikel 40 § 3 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, “De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.”
Met ingang van 1 januari 2020 en voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt ten voordele van de gemeente een standplaatsrecht gevestigd voor de houders van een eetkraam (frituur, hot-dog, pizza e.d.) geplaatst op het openbaar domein tijdens kermissen en andere feestelijkheden. Zij betalen per kermis of activiteit in de gemeente het forfaitair standplaatsgeld van € 100,00 ongeacht de ingenomen oppervlakte.
Het in artikel 1 geheven standgeld omvat het standrecht voor een periode van 4 dagen, de reguliere tijdsspanne van een kermis in de gemeente Bocholt. Voor elke bijkomende dag wordt een standgeldrecht gevestigd van € 25,00 - ongeacht de ingenomen oppervlakte.
De retributie zal contant betaald worden aan het daartoe aangestelde personeelslid van de gemeente - de plaatsmeester - dat er kwijting van zal geven.
Dit reglement heeft slechts uitwerking voor die kermissen en festiviteiten, waarvoor de standplaatsen niet bij speciale overeenkomst of openbare aanbesteding werden toegewezen. Het college van burgemeester en schepenen is gemachtigd deze speciale overeenkomsten af te sluiten. De persoon of instantie die dit recht verkrijgt, mag in geen geval de standplaatsen onderverhuren zonder eerst de toestemming hiervoor te krijgen van het college van burgemeester en schepenen.
Het te betalen standgeld mag bij onderverhuring nooit hoger zijn dan het standgeld dat eisbaar is krachtens artikel 1.
Dit retributiereglement is niet van toepassing
- tijdens de wekelijkse markten op het grondgebied van de gemeente;
- tijdens privé- & bedrijfsfeesten;
- tijdens buurtfeesten en speelstraten.
Bij niet-betaling van de onbetwiste en opeisbare retributie wordt de aanmaningsprocedure opgestart: eerste aanmaning zonder kosten, tweede aanmaning met aanrekening van de kosten voor de aangetekende zending, die bij niet-betaling leidt tot uitvaardiging van een dwangbevel door de financieel directeur. Een dergelijk dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
De geschillen inzake dit retributiereglement zullen beslecht worden volgens de burgerlijke rechtsprocedure.
Het reglement bekend te maken volgens de bepalingen van artikel 285,286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en het in werking te laten treden vanaf 1 januari 2020.