Artikel 12 van het Materialendecreet verbiedt om afvalstoffen achter te laten in strijd met de voorschriften van het decreet of zijn uitvoeringsbesluiten. Sluikstorten wordt uitdrukkelijk beschouwd als een milieumisdrijf (zie artikel 16.1.2, 2° van het DABM - Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid), zonder onderscheid naargelang van de zwaarte van het misdrijf. Er wordt evenwel op aangedrongen om handhavingsmaatregelen toe te passen die in verhouding staan tot de feiten. Titel XVI van het DABM voorziet daarom in bestuurlijke en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten en laat voor kleine vergrijpen ook GAS toe (zie artikel 16.6.3, §2 van het DABM). De gemeente kan de opruimingskosten verhalen op de sluikstorter via een retributie. Deze retributie kan eventueel gecombineerd worden met een bestuurlijke of strafrechtelijke maatregel of met een GAS voor de sluikstorter.
De retributie voor het opruimen van sluikstorten dekt de kost voor het ruimen van het afval, inclusief de kosten voor het ingezette materieel en personeel. De gemeente kan de afvalstoffen door eigen personeel laten opruimen of door derden. De retributie kan slechts louter kostendekkend zijn. Daarbij wordt rekening gehouden met:
Navraag bij de bevoegde diensten wijst uit dat de kosten voor de gemeente de volgende zijn:
Artikel 40 § 3 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 stelt: “De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.”
Artikel 41 14° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen toekomt aan de gemeenteraad.
In zitting van 28 maart 2013 keurde de gemeenteraad een “belasting op het weghalen van afvalstoffen” goed. Dit reglement eindigt op 31 december 2019.
De nieuw in te voeren retributie steunt op artikel 16.6.3, §2 van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en artikel 12, §1 van het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet).
In artikel 177, 2°, van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 wordt de mogelijkheid vermeld om de financieel directeur een dwangbevel te laten uitvaardigen bij niet-fiscale schuldvorderingen, op voorwaarde dat ze onbetwist en opeisbaar zijn. Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De Omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit vormt de leidraad.
Er wordt met ingang van 1 januari 2020 en voor een termijn eindigend op 31 december 2025 een retributie gevraagd voor het weghalen, behandelen en sorteren van allerhande afvalstoffen, gestort of achtergelaten op plaatsen of op een wijze, verboden door of strijdig met wettelijke of reglementaire bepalingen.
De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de eigenaar van de afvalstoffen en door de persoon die gestort of verbrand heeft.
De retributie wordt vastgesteld als volgt:
Desgevallend wordt de retributie verhoogd met de totale verwerkingskost van het afval.
De retributie is eisbaar vanaf de dag van het weghalen van de afvalstoffen en dient na ontvangst van de factuur binnen de voorziene termijn betaald te worden.
Bij niet-betaling van de retributie wordt de aanmaningsprocedure opgestart: eerste aanmaning zonder kosten, tweede aanmaning met aanrekening van de kosten voor de aangetekende zending, die bij niet-betaling leidt tot uitvaardiging van een dwangbevel door de financieel directeur. Een dergelijk dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
De geschillen inzake dit retributiereglement zullen beslecht worden volgens de burgerlijke rechtsprocedure.
Het reglement bekend te maken volgens de bepalingen van artikel 285,286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en het in werking te laten treden vanaf 1 januari 2020.