Het is echter duidelijker om, net zoals dat voor verenigingen werd vastgelegd in een besluit van de gemeenteraad van augustus 2019, de halvering van de cijns van de opstal- of erfpachtvergoeding van een gemeentelijk gebouw of terrein voor onderwijsinstellingen in een reglement vast te leggen. Op die manier moet de halvering die wordt toegekend niet bij ieder dossier afzonderlijk worden besloten maar kunnen onderwijsinstellingen via het reglement op meer zekerheid rekenen en wordt het gelijkheidsbeginsel ook toegepast.
Onderwijsinstellingen die een erfpacht op opstalrecht verkrijgen in een gemeentelijk gebouw investeren in belangrijke mate zelf in hun huisvesting. Dit in tegenstelling tot onderwijsinstellingen die via een huurovereenkomst gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur. Daarbij gebruiken zij hun terreinen en/of gebouwen die ze opgericht hebben of in erfpacht hebben ten voordele van hun onderwijsinstellingen en hun leerlingen. Ze bouwen op die manier mee aan een dynamische en aantrekkelijke gemeente met een ruim aanbod aan onderwijsinstellingen.
Artikel 40 §3 en artikel 41 tweede lid 2° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepalen dat het de gemeenteraad is die de gemeentelijke reglementen vaststelt.
Artikel 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt de wijze waarop en de termijn waarin een reglement in werking treedt.
Het reglement op de vijfde dag na de bekendmaking, zoals bepaald in artikel 289 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in werking te laten treden.
Het reglement "aanpassing cijns voor onderwijsinstellingen als opstal- en erfpachthouders" zoals opgenomen in dit besluit vast te stellen.