De gemeente heeft grote uitgaven, onder andere de aanleg en het onderhoud van wegen, onderhoud van gebouwen, groenonderhoud, dienstverlening, veiligheid, informatica, sport- en cultuurinfrastructuur, erfgoed, …
Om een gedeelte van deze kosten te dekken is het noodzakelijk om een belasting voor algemene diensten voor rechtspersonen te heffen aangezien deze ook gebruik maken van de gemeentelijke diensten en infrastructuur.
Artikel 40 § 3 en artikel 41, 14° van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 bepalen dat de gemeenteraad bevoegd is om belastingreglementen vast te stellen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 is van toepassing.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 25 februari 2019 coördineert de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Met ingang van 1 januari 2020 en eindigend op 31 december 2025 wordt, ten voordele van de gemeente Bocholt, ten laste van bedrijven, een jaarlijkse algemene dienstenbelasting voor rechtspersonen geheven om te voorzien in haar verplichte en facultatieve uitgaven.
definitie:
De belasting is verschuldigd door de rechtspersonen die op 1 januari van het aanslagjaar vallen onder een of meerdere van onderstaande punten:
De belasting bedoeld in artikel 3 is verschuldigd per vestiging of per bedrijfseenheid of per maatschappelijke zetel die op het grondgebied van de gemeente Bocholt gelegen is.
Indien zowel de maatschappelijke zetel als minstens één vestiging of bedrijfseenheid van het betrokken bedrijf op het grondgebied van de gemeente Bocholt is gelegen, wordt de maatschappelijke zetel vrijgesteld. Indien een bedrijf meerdere vestigingen in de gemeente Bocholt heeft, wordt iedere vestiging belast.
Indien op eenzelfde adres meerdere bedrijven gelegen zijn (verschillende ondernemingsnummers), wordt ieder bedrijf belast.
De belasting is verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar, is ondeelbaar en is jaarlijks éénmaal te betalen.
De belasting wordt vastgesteld op € 200,00.
De belasting is niet van toepassing op de gebouwen of delen ervan bestemd voor een dienst van openbaar nut, al dan niet kosteloos verstrekt, zelfs wanneer die gebouwen niet behoren tot het openbaar domein of wanneer ze door een openbaar bestuur of diens aangestelde rechtstreeks in huur worden genomen.
De delen van die gebouwen, welke door een rechtspersoon gebruikt worden, genieten niet van de vrijstelling.
De rechtspersonen, bedoeld in artikels 180, 181 en 182 van het wetboek van de inkomstenbelastingen, zijn evenwel niet aan de belasting onderworpen.
Worden niet belast: sport-, jeugd- en culturele vzw’s of feitelijke verenigingen.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen. Het kohier wordt overgezonden aan de financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld op het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van het reglement krachtens welke de belasting verschuldigd is.
De belasting moet betaald zijn binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, per beveiligde zending worden betekend. Het bezwaar moet ondertekend zijn en moet minimaal de volgende gegevens bevatten:
Als datum van het bezwaarschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Het reglement wordt bekend gemaakt volgens de bepalingen van artikel 285 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en het treedt in werking vanaf 1 januari 2020.