De gemeentelijke belasting op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft, naast een financiële, ook een ecologische inslag. Hierbij wordt het principe “de vervuiler betaalt” meegenomen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 40 § 3, bepaalt: “De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.”. Volgens Artikel 41, tweede lid, 14° kunnen volgende bevoegdheden niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd: “het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen”.
Daarnaast is het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van toepassing, gewijzigd bij de decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012, het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 1 maart 2013 en het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), met latere wijzigingen.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
Er wordt met ingang van 1 januari 2020 voor een termijn eindigend op 31 december 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de bedeling aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met een handelskarakter alsook van gelijkgestelde producten, catalogi en kranten die publiciteit bevatten met handelskarakter en erop gericht is een potentieel cliënteel ertoe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder. De belasting bedoelt uitsluitend drukwerk dat niet voorzien is van een adres en de bedeling die kosteloos is voor de bestemmeling.
Onder gelijkgestelde producten wordt onder meer verstaan: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen.
De opsomming is niet limitatief.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
De belasting is verschuldigd door de uitgever of door diegene die de opdracht gaf om het product te produceren.
Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan overeenkomstig art. 5, niet gekend is of indien hij in staat van onvermogen verkeert, wordt de belasting in afnemende orde gevestigd op de drukker, de verdeler of de genieter onder wiens naam, logo of embleem de reclame wordt gevoerd.
De tarieven worden vastgesteld op:
Het al dan niet volledig bedrukt zijn van een bladzijde geeft geen aanleiding tot een vermindering van de belasting.
Van de belasting zijn vrijgesteld:
De belastingplichtige moet binnen de veertien dagen voorafgaand aan de verspreiding aangifte doen bij het gemeentebestuur. Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of het gelijkgesteld product. Een aangifteformulier wordt door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld.
Ingeval van periodieke verspreidingen mag de aangifte eveneens gedaan worden voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde kwartaal.
Onvolledige verspreiding of niet-verspreiding van de drukwerken waarvan aangifte gedaan werd bij het gemeentebestuur overeenkomstig art. 5 geven geen aanleiding tot belastingvermindering.
De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis verspreiding van reclamedrukwerk plaatsvindt. Een specimen van het reclamedrukwerk zal als basis dienen voor de berekening van de aanslag.
Het verschuldigde bedrag wordt bekomen door vermenigvuldiging van het eenheidstarief met het aantal brievenbussen niet voorzien van een tekst die reclame weert (naar rato van het aantal brievenbussen zoals vastgelegd door B-Post op 1 januari van het aanslagjaar).
Voor de totaliteit van het verspreide reclamedrukwerk of gelijkgesteld product wordt rekening gehouden met het aantal brievenbussen in één van de deelgemeenten (Bocholt, Kaulille,Reppel) of in heel de gemeente. Wanneer in één brievenbus van een bepaalde deelgemeente reclame bedeeld wordt, wordt de hele deelgemeente geacht bedeeld te zijn.
Het bedelen bij slechts een beperkt aantal brievenbussen van de (deel)gemeente geeft geen aanleiding tot vermindering.
Er worden door de gemeente personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement. Deze controles hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bij gebreke van een aangifte binnen de in artikel 5 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 25% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding en 50% bij een tweede en volgende overtreding binnen hetzelfde belastingjaar.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Het reglement wordt bekend gemaakt volgens de bepalingen van artikel 285 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. Het treedt in werking vanaf 1 januari 2020.